<-- -->

Free Web Hosting : Free Hosting : Troubled Teens : Report Abuse

Mei 1940




Take Off Onze luchtstrijdkrachten in de vroege meidagen van 1940.
 
 
Tot kort voor de oorlog was de luchtmacht van Nederland (Luchtvaartafdeeling LvA) een onderdeel van de Koninklijke Landmacht. Juist voor mei 1940 werd een meer zelfstandige commandostructuur ingevoerd door instelling van het Commando Luchtverdediging (CLV). Generaal P.W. Best werd de nieuwe commandant van de luchtstrijdkrachten.
Door verkeerde bezuinigingen van een incompetente regering was de Nederlandse verdediging ten opzichte van de Duitse Wehrmacht en Luftwaffe ver in de minderheid, zowel wat materiaal, wapens en aantallen betreft.
Dat ons land het toch nog vijf dagen heeft volgehouden tegen een geweldige overmacht, was te danken aan de inzet van militairen van land-, zee- en luchtmacht.
Hoewel praktisch ongeoefend en uitgerust met sterk verouderde wapens heeft onze krijgsmacht een prestatie geleverd die in de krijgsgeschiedenis zijn weerga niet kent.


In 1936-37 gebouwde D-21 jachtvliegtuigen.

Op de eerste oorlogsdag, 10 mei 1940, wordt onze verdediging overrompeld door de aanvalstactiek van de Luftwaffe. De bedoeling van de Luftwaffe is om onze vliegvelden en luchtmacht in één klap uit te schakelen, hetgeen ten dele lukt. Door noordelijk van ons land boven de Noordzee te vliegen en daarna een zwaai van 180 graden te maken worden onze vliegvelden bij verrassing vanuit het Westen aangevallen en gebombardeerd. Daarbij worden van de 12 G-1 jachtkruisers, gestationeerd op het betrekkelijk nieuwe vliegveld Bergen, 11 stuks deels beschadigd, deels vernietigd. Door het drassige veld zijn de G-1's in rijen op de betonnen platformen opgesteld en vormen zo een prachtig doelwit voor de aanvallers. Slechts 1 piloot, Luitenant-vlieger J.W. Thijssen, weet met zijn toestel de lucht in te komen. Deze schiet even over zes uur een drietal Ju-52's op het strand bij Katwijk in brand. Later worden door het technisch personeel 6 van de beschadigde G-1's zodanig opgeknapt, dat ze weer luchtwaardig zijn en aan de strijd kunnen deelnemen.
Ook de G-1 van Bobo Sandberg is beschadigd en hij kan niet van Bergen starten. Later op de dag wordt hij met een gerepareerde machine naar Schiphol gestuurd.
Op de eerste dag van de oorlog worden van de 124 gevechtsklare Nederlandse vliegtuigen er 15 op de grond vernietigd.
Toch slagen onze vliegers en luchtafweer er in om maar liefst 328 van de 1024 ingezette Duitse vliegtuigen te vernietigen. (Een derde van de door de vijand ingezette luchtvloot in 1 dag; iets wat de hele oorlog niet meer is voorgekomen!)

Op Schiphol staan 8 Fokker D-21 jagers en 9 T-5 bommenwerpers. Bij het bombardement wordt naast het vernielen van de kazerne schade aan deze toestellen aangebracht, doch enkele D-21's en T-5's kunnen toch opstijgen en het gevecht aangaan met de veel snellere Me-109 jagers van de Luftwaffe. Hierbij worden zelfs meerdere vijandelijke toestellen neergeschoten. Eerste luitenant Sluyter beschadigt een Ju-88a zodanig, dat deze noodlandt op Schiphol en door zijn landingsgestel zakt. Opvallend is de actie van Luitenant-vlieger A.H. Bodaan. Door zijn enorme stentor stem weet hij, boven het rumoer van bombarderen en beschietingen uit, het grondpersoneel bij elkaar te schreeuwen om zijn machine gevechtsklaar te maken. Tot drie keer toe wordt zo zijn D-21 van benzine en munitie voorzien, stijgt hij op temidden van neervallende bommen en mitrailleurvuur en weet in het kringengevecht minstens één Me neer te schieten. Als hij voor de laatste keer vertrekt, moet hij onze bommenwerpers naar Rotterdam begeleiden om daar de Maasbruggen te bombarderen. Tijdens deze vlucht wordt hij door een overmacht van vijanden bestookt en stort dodelijk getroffen ter aarde. Na de oorlog wordt hem posthuum de Militaire Willemsorde toegekend.

Het marinevliegkamp De Kooij bij Den Helder heeft 11 D-21 jagers. Hiervan worden er 4 vernietigd op de eerste oorlogsdag. (Zie ook het boek "Oorlogsvlieger van Oranje" van Bob van der Stok).
Voordat de aanval op de Kooij begint heeft de commandant, kapitein Hein Schmidt Cranz, een telefoongesprek met de Luchtmachtstaf in Den Haag. Als hij even moet wachten hoort hij iemand aan een ander toestel roepen: "Wat zeg je...gebombardeerd ?!!". Hierdoor weet hij genoeg, gooit de telefoon neer en slaat alarm. Zodoende is al een hele JaVA in de lucht en hebben ze het voordeel om als eersten te kunnen aanvallen.
Als er een aantal Messerschmitts verschijnt begint het kat-en-muis-spel van het kringengevecht. Een door Luitenant Van Overvest aangeschoten Messerschmitt, bestuurd door Hauptmann Robitsch, moet een buiklanding op vliegveld De Kooij maken.


Me-109

Lt. Bob van der Stok schiet een Me-109 neer, welke in het IJsselmeer stort, terwijl een andere zwaar beschadigd in de richting van Duitsland vlucht. Luitenant Jan Bosch, die eveneens treffers had geboekt, vliegt terug naar De Kooij. Tijdens de landing wordt zijn D-21 in brand geschoten; door zich uit de cockpit te laten vallen brengt hij het er levend af. Ook Lt. Foquin de Grave weet een Messerschmitt te beschadigen. Deze ziet kans om het eiland Borkum te bereiken, waar hij noodlandt.
 

Vlak bij Den Haag ligt het vliegveld Ypenburg. Met Waalhaven is dit een van de eerste vliegvelden die de Duitsers hoogst belangrijk vinden voor hun Blitzkrieg. Door dit vliegveld in handen te krijgen voor de aanvoer van hun luchtlandingstroepen, zou de weg naar het Regeringscentrum open liggen.
Op Ypenburg is de 5e JaVA gelegerd, 9 D-21 jagers en 12 Douglas 8-a luchtkruisers.
Van elk van deze groepen is één toestel niet gevechtsklaar. Als na een paar keer starten en warmdraaien geen bevel komt om op te stijgen, worden de motoren weer afgezet en verlaten de vliegers hun toestellen. De tijd wordt gedood door niet ver van hun machines een sigaretje te roken. Tot dan heerst er een ontspannen sfeer.
Om 04.00 uur in de morgen klinkt plotseling het alarm.
"Vijandelijke vliegtuigen in aantocht" meldt de luchtwachtpost in Delft per telefoon. Op 1500 meter hoogte koersen Duitse Heinkel-111 bommenwerpers van zuid-west naar noord-oost.
De sirene begint te loeien en de manschappen sprinten naar de machines. Negentien vliegtuigen taxien naar het veld. Omdat er geen wind is, kan direct vanuit de opstelplaatsen gestart worden. Tussen de bommenregen door wordt opgestegen. Zo kunnen ze het gevecht met de vijandelijke toestellen beginnen.
Vreemd genoeg maken twee D-21 jagers een bocht en landen weer, Het zijn Luitenant Steen en zijn wingman sergeant Linzel. Het blijkt dat de mitrailleurs van Steen weigeren. Hij springt in Linzels machine en vertrekt weer. Jan Linzel is nu wel genoodzaakt de kist van Steen te nemen, waarvan is gebleken dat de luchtflessen voor de patronentoevoer nog dicht zaten.

Na de eerste bommenregen vertrekt Linzel, terwijl achter hem een nieuwe serie het veld teistert. Eén man van zijn grondploeg wordt hierbij gedood.
Al gauw zit Jan op 3000 meter achter een Duitse Messerschmitt-110, die niets vermoedend voor hem kruist. Hij weet met een vuurstoot de stuurboordmotor van de mof in brand te schieten. Misschien is er ook andere schade, want ze duiken naar beneden, scheren rakelings over de spoorbaan Gouda-Voorburg, en maken een buiklanding in een weiland, gehuld in een dikke rookwolk.
Linzel is al weer op hoogte en komt achter een groep Heinkels terecht. Hij valt de achterste kist rechts in de formatie aan en vuurt al zijn resterende munitie op hem af. Bij het wegdraaien ziet hij nog juist de Duitser uit de formatie wegvallen.
Dan wordt zijn dijbeen geraakt door een kogel terwijl de machine niet meer reageert en rechtdoor vliegt. Hij laat zich uit het toestel vallen, scheert rakelings langs het hoogteroer en trekt aan het koord. Met een klap vliegt zijn parachute open en dan wordt alles zwart voor zijn ogen. Als hij even bijkomt ziet hij nog juist een glimp van het brandende Ypenburg. Dan valt hij weer weg en komt bij als hij met een flinke bons de grond raakt.
Af en toe bewusteloos door bloedverlies ligt hij daar uren tot hij door boeren, die hem voor een Duitse parachutist hielden, op een ladder naar een boerderij wordt gebracht. Het blijkt dat zijn dij door een granaat is doorboord. Inmiddels gewaarschuwde hospitaalsoldaten verbinden hem en leden van de luchtwachtpost brengen Jan op een praam naar een ziekenhuis in Delft. Eén van de hospiks is door Duitse "Fallschirmjäger" ontwapend en gevangen genomen. Hij moet mee om gewonde Duitsers te verbinden.
De patrouillecommandant, 1e luitenant Boy Ruys de Perez, krijgt met haperende mitrailleurs te maken. Hij probeert de Duitse jagers af te leiden, maar wordt uiteindelijk toch getroffen en maakt een noodlanding met zijn zwaarbeschadigde kist in een weiland bij Monster.

Sergeant Guus Kiel, de wingman van Ruys, schiet een Junkers Ju-52 neer in de buurt van Den Haag. Daarna landt hij op Ruijgenhoek, een gecamoufleerd vliegveld in de duinen, om te herladen. Alles is daar nog in diepe rust; iedereen slaapt nog en is zich van geen oorlog bewust. Ze hebben daar geen perslucht voor de mitrailleurs van zijn D-21 en hij vertrekt weer om dat elders te halen. Boven vliegveld Valkenburg wordt hij aangevallen door 5 Me-jagers en kan niet terugschieten. Hij wordt aan zijn hoofd getroffen en raakt bewusteloos. Zijn kist spiraalt naar beneden, landt in de buurt van Den Deijl bij Wassenaar en slaat over de kop. Als Guus bijkomt, blijkt hij op zijn kop in de riemen te hangen.

Hij is midden tussen Duitse paratroopers terechtgekomen. Door zich dood te houden weet hij uit hun handen te blijven. Als na enkele uren de Moffen hergroeperen en verder trekken, bevrijdt hij zich uit zijn riemen en weet kruipend een huis te bereiken waar een man doodgemoedereerd zijn tuintje staat te harken!
Uiteindelijk wordt Kiel door een motorordonnans naar een verbandpost gebracht.
Ook de meeste Douglas-8a toestellen zien kans de lucht in te komen. Door hun geringe snelheid en trage wendbaarheid zijn ze geen partij voor de gewiekste Duitsers. De een na de ander valt uit. Ze worden neergeschoten of maken noodlandingen. Luitenant Bierema probeert na een gevecht boven zee te ontsnappen maar wordt door achtervolgende Duitsers neergeschoten. Het toestel stort in zee en Bierema en zijn luchtschutter, lt-waarnemer Faber, vinden de dood.

Van de 10 Fokker G-1's, gestationeerd op Waalhaven bij Rotterdam, wordt bij het eerste bombardement één vernietigd, maar de andere 9 kunnen tussen de bomkraters door opstijgen en weten zelfs meerdere Duitse toestellen af te schieten. Eén Fokker G-1 bestuurd door luitenant Noomen schiet twee Heinkels-111 neer. In gevecht met Messerschmitts raakt de munitie op, het vliegtuig wordt zwaar getroffen doch de piloot weet op één motor een geslaagde landing te maken. Luitenant Kuipers ziet ook kans 2 Heinkels-111 neer te halen, landt dan met beschadigde motor op Waalhaven. Kuipers en zijn schutter Venema doen dan mee aan acties van een peloton luchtdoelmitrailleurs. Als Venema sneuvelt, vlucht Kuipers in het donker met een roeiboot over de Maas. Lt. Sonderman in G-1 nr. 311 schiet een Ju-52 en een Me-109 neer en moet dan bij Oost-Voorne op het strand landen. Sergeant Soufree in de G-1 nr. 328 schiet een Me-109 neer en landt zonder munitie en benzine op Voorne-Putten. Luitenant Woudenberg laat een Stuka (Ju-87) en een Ju-52 transporter in het zand bijten en landt met zijn schutter Pauw eveneens op het Voornse strand. Later op de dag worden de op het strand gelande machines door Duitse jagers in brand geschoten. In een polder bij Westmaas stort een Dornier Do-17M neer, door vuur van de G-1 nr. 319 bestuurd door sgt.majoor Buwalda. Na nog een Duits vliegtuig te hebben neergeschoten krijgt Buwalda treffers in beide motoren. De rechter rookt en benzine of olie spuit uit de tanks. Op één motor ziet Buwalda kans bij Zevenbergen een geslaagde buiklanding te maken in een weiland.
Met behulp van de burgemeester chartert Buwalda een auto en probeert Waalhaven te bereiken. Zijn schutter neemt de achtermitrailleur uit de G-1 mee. Bij de inmiddels uitgeschakelde luchtdoelbatterij te Smitshoek stranden ze en zijn daar getuige van het sneuvelen van de commandant van Waalhaven, die door Duitsers was gedwongen te onderhandelen over overgave van de stelling.
Het vliegveld is dan reeds geheel in Duitse handen.


Eén van onze bommenwerpers uit 1938.
Onze T-5 bommenwerpers zijn lang nog niet alle uitgerust met bommenrekken. Vandaar dat ze voornamelijk als jager worden ingezet. Ze zien zelfs kans om enkele Duitse toestellen af te schieten. Luitenant Swagerman koerst met zijn T-5 richting Leiden. Hij ziet boven de Kaag een Duits toestel en weet het met zijn Solothurn kanon neer te schieten. Een ander Duits vliegtuig wordt door hem achterna gezeten tot bij Utrecht. De snellere Duitser weet echter te ontsnappen en Swagerman keert met zijn 855 naar Schiphol terug.

De T-5 heeft een spanwijdte van 21 meter en een startgewicht van 7250 kg. Hij kan 1000 kg. aan bommen meenemen.
Met zijn 2 Bristol Pegasus motoren van elk 925 pk is hij redelijk snel en kan een maximum snelheid halen van 417 km/h.
Het is het eerste vliegtuig van de LVA dat intrekbare hoofdwielen heeft. Het is ook het enige type van de Nederlandse Luchtstrijdkrachten dat is voorzien van een Solothurn snelvuurkanon. Toch is dit vliegtuig erg kwetsbaar. De in de vleugel ingebouwde brandstoftanks hebben n.l. geen beschermende rubberlaag zodat ze bij treffers snel in brand raken.

Behalve Fokker vliegtuigen beschikt men o.a. over enkele Koolhoven FK-51 verkenners en Amerikaanse Douglas-8a toestellen, die echter nauwelijks gebruikt kunnen worden wegens geringe snelheid en wendbaarheid.

Vanuit Schiphol wordt nog een poging ondernomen om de gelande Duitse Junkers transporttoestellen op Waalhaven te vernietigen.
Drie T-5 bommenwerpers, begeleid door 7 D-21 jagers voeren een bombardementsvlucht uit, waarbij verscheidene Luftwaffetoestellen op de grond worden vernietigd, doch 2 T-5's en 1 D-21 worden hierbij door Duitse jachttoestellen afgeschoten.
Sergeant Roos wordt aangevallen door 3 Messerschmitts. Zijn kist wordt zwaar getroffen en hij besluit er uit te springen. Net heeft hij de cockpitkap afgeworpen, als hij ontdekt dat deze in de propeller van de achtervolgende Me terechtkomt waardoor deze uitgeschakeld wordt.

In plaats van te springen duikt Roos in een wolk weg. Als hij er weer uit komt zit hij in gunstige positie achter één van de Me's en schiet hem neer.
Afweergeschut vanaf de grond vuurt op de Messerschmitts. Waarschijnlijk raken granaatscherven hiervan ook de D-21, waardoor Roos uit zijn cockpit wordt geslingerd. Gewond aan zijn hoofd landt hij aan zijn parachute in de omgeving van Leiden.

Eén T-5 toestel onder commando van Lt. Swagerman doet een effectieve raid op vliegveld Ockenburg en vernietigt 4 Duitse Junkers transporttoestellen die daar zijn geland. Op de terugweg wordt de 855 in de buurt van 's Gravenzande onderschept door een zwerm Messerschmitts. Swagerman probeert met zijn toestel boven zee uit te wijken. De achtervolgers, uitgerust met snelvuurkanonnen, weten de eenzame machine goed te raken. Een granaat ontploft in het toestel waardoor meerdere bemanningsleden dodelijk worden gewond. Swagerman en de tweede piloot zien kans uit de machine te springen. De 855 stort onbestuurbaar in zee.
Alleen Swagerman overleeft door met zijn parachute veilig in zee te landen op ongeveer 500 meter van het strand bij Monster. Hij bevrijdt zich van zijn harnas en zware leren vliegerjas en -laarzen. Zwemmend bereikt hij het strand en komt terecht bij een patrouille Jagers die Duitse paratroopers achtervolgen. In een geleend uniform meldt hij zich 's avonds weer op Schiphol.

Fokker C-X toestellen, gestationeerd in verborgen opstelplaatsen bij vliegveld Bergen, doen eveneens een aanval op Ockenburg en later op Ypenburg. De C-V en C-X zijn verkenningsvliegtuigen die echter zijn uitgerust met bommenrekken onder de vleugels. Tijdens deze oorlogsdagen worden ze bijna uitsluitend ingezet om bombardementsvluchten uit te voeren.

De trots van onze luchtstrijdkrachten.

Op 13 mei 1940 poogt Lt. B.Swagerman met de laatst overgebleven Fokker T-5 bommenwerper 856, slechts begeleid door 2 G-1 jachtkruisers, de Moerdijkbrug te bombarderen om de Duitse tankopmars van die kant richting Rotterdam te vertragen.
Eén der G-1's wordt gevlogen door B. Sandberg, die van Bergen naar Schiphol is overgeplaatst.

T-5/D-21 formatie

Van de 2 meegevoerde 300 kg bommen, mist er 1 en bij de tweede run schampt de laatste bom af op één van de brugpijlers, zonder te ontploffen. Achtervolgd door Duitse jagers vliegt de patrouille in Noordelijke richting. Eén der G-1's wordt neergeschoten, de andere met Bobo Sandberg aan de knuppel ziet kans te ontkomen en landt enige tijd later op Schiphol. De machine van Swagerman wordt echter in de omgeving van Ridderkerk afgeschoten en  hij vindt met zijn bemanning de dood. Een gedenksteen ter plaatse getuigt hiervan.
Swagerman is later posthuum onderscheiden met de militaire Willemsorde.

Een drietal bij Fokker versneld afgebouwde G-1's doet nog aanvallen op Duitse stellingen o.a. in de buurt van het Grebbefront.

Gedurende de latere oorlogsdagen worden enkele verouderde C-V en C-X tweedekkers ingezet als storingsjagers en bommenwerpers aan het front o.a. bij Wageningen en de Moerdijk.
Sergeant vlieger Roeloffsen is met zijn Fokker C-V op weg naar Wageningen om daar een Duitse geschutopstelling in een bos te bombarderen, als hij boven Rhenen door 3 Duitse jagers wordt aangevallen. In een poging te ontkomen duikt hij snel naar de grond en maakt snelle bochten naar links en rechts. Zijn waarnemer zit verstijfd in de achterste cockpit weggedoken. Stromen moordend lood vliegen hen om de oren. Ze proberen over de Rijn te komen; dat lukt, maar Roeloffsen trekt iets te laat op, het onderstel raakt een dijkje en een groot deel van de ondervleugel wordt er af gerukt. De machine stuitert weer omhoog, raakt weer de grond, vliegt over de kop vlak voor de Hollandse linies en ..... midden in een mijnenveld!

De zwaargewonde vlieger en zijn waarnemer zien kans uit het wrak te komen en worden door toegesnelde hospiks behandeld en afgevoerd. Door een wonder zijn de bommen niet ontploft!

Enkele C-V verkenners, afkomstig van het hulpvliegveld Middenmeer in de Wieringermeerpolder, voeren surveillancevluchten uit boven de stellingen Wons en Kornwerderzand in Friesland.
 
 

De sterk verouderde Fokker C-X.


Behalve de LvA neemt ook de MLD (Marine luchtvaartdienst) aan de strijd deel. Een watervliegtuig van het type Fokker C-XIV-W ziet zelfs kans om een veel snellere Messerschmitt neer te halen.

 
 

Watervliegtuig van de MLD.

Door de grote overmacht van de Luftwaffe, is het spoedig gedaan met onze luchtmacht.
Enkelen zien kans om via Frankrijk naar Engeland uit te wijken. Sommige toestellen worden door hun bemanningen zelf op de grond vernietigd o.a. op Schiphol en enkele vallen in Duitse handen.
Na vijf dagen strijd resteren er nog slechts 36 Nederlandse vliegtuigen.

Als op 14 mei 1940 de binnenstad van Rotterdam door 84 Heinkel He-111 bommenwerpers wordt gebombardeerd met catastrofale gevolgen en de Duitsers dreigen dat o.a. Utrecht een zelfde lot beschoren zal zijn, is dat voor opperbevelhebber generaal Winkelman aanleiding om te besluiten tot overgave.
Een heroische strijd is gestreden, met grote moed en opoffering van onze vliegers en soldaten. Na de capitulatie wordt door de opperbevelhebben der strijdkrachten, generaal Winkelman, aan de  Luchtverdediging de Militaire Willemsorde toegekend "Voor Moed, Beleid en Trouw".

Alleen in Engeland wordt door uitgeweken vliegers, ingedeeld bij diverse RAF-squadrons, de strijd tegen de Duitsers voortgezet.

 

In 1943 krijgt Nederland een eigen squadron, waarvan Bob van der Stok uiteindelijk squadron commandant wordt.
(322 Dutch Spitfire Squadron)


Links:


 

Stuur email aan:airmail@fasson.demon.nl



Copyright 2001: D.J. van Faassen
Laatste aanpassing: 4 januari 2002.